Trekt de vaste commissie VWS het kleed onder het corona-kaartenhuis vandaan?

Ter discussie stellen van indeling COVID-19 in groep A infectieziekten lijkt taboe

Aanstaande woensdag 9 juni 2021 buigt de vaste commissie VWS zich onder voorzitterschap van Fleur Agema (PVV) over het vraagstuk of het wetsvoorstel Wijziging van de Wet publieke gezondheid tot incorporatie van de Regeling 2019-nCoV van 20 februari 2020 voldoende is voorbereid om plenair in de Tweede Kamer behandeld te kunnen worden. Het wetsvoorstel van de toenmalige minister van Medische Zorg, Bruno Bruins, beoogt covid-19 in groep A van infectieziekten van de Wet publieke gezondheid (Wpg) op te nemen.

Al bijna 16 maanden lang is de vraag of COVID-19 in groep A van infectieziekten thuishoort niet behandeld in het parlement. De ministeriële regeling 2019-nCoV waarmee corona voorlopig in groep A werd opgenomen, was destijds uitsluitend gebaseerd op een briefing tijdens annual meeting van het World Economic Forum (WEF). Op dat moment waren er geen Nederlandse patiënten, terwijl er wereldwijd 830 gevallen waren geregistreerd.

Zonder de daartoe benodigde uitzondering van de minister heeft het RIVM in juni 2020 de definitie van een meldplichtig ‘geval’ gedevalueerd van een door middel van klinische diagnose vastgesteld (mogelijk) ziektegeval naar een al of niet ziek, positief getest persoon. Deze ‘cijfers’, waarop het hele corona-beleid is gebaseerd, zijn irrelevant in het kader van infectieziektenbestrijding aangezien de PCR-test geen infectie kan vaststellen. Opmerkelijk is dat uit zijn nota van 27 mei 2021 aan de commissie VWS blijkt dat de minister van VWS wel degelijk op de hoogte is van het feit dat een door hem afgegeven uitzondering op de meldplicht noodzakelijk is voordat deze kan worden aangepast.

Parallel daaraan moedigt de rijksoverheid al of niet zieke mensen aan om zich op basis van hun eigen overwegingen of voorschriften van de rijksoverheid zelf te laten testen. Dat daardoor het aantal en percentage vals-positieven enorm stijgt mag bekend zijn, maar is uit oogpunt van infectieziektenbestrijding irrelevant aangezien de PCR-test geen infectie kan vaststellen.

De infectieziektebestrijding zelf wordt door de rijksoverheid volstrekt verwaarloosd: zieke mensen wordt verteld thuis te blijven en pas bij ernstige klachten de huisarts te bellen, met ziekenhuisopname als enige optie voor behandeling. De inzet van bewezen werkende medicatie om de infectie in de eerste lijn te kunnen bestrijden werd door de IGJ verbodenwat tot luid protest van artsen leidde. De ziekenhuis- en IC-bezetting door mensen met ernstige covid-19 klachten had voor 80% kunnen worden voorkomen, evenals een groot aantal overlijdens.

Deze schrijnende situatie, naast het met de corona-maatregelen in gijzeling houden van het hele land, kan alleen voortbestaan omdat het parlement over de illegale cijfermanipulatie door het RIVM heen kijkt, de beleidsmakers de zorg voor corona-zieken doelbewust door de IGJ hebben laten blokkeren en bijna geen enkel parlementslid een antwoord op de fundamentele vraag nodig lijkt te hebben om zijn of haar standpunt op te baseren: Is corona wel zo’n bedreiging voor de volksgezondheid als ons begin 2020 werd verteld?

Al in juni 2020 wees het antwoord (nummer 11) van de minister van VWS op de vragen van Wilders en Agema hier niet op. Kamerlid Baudet stelde in september 2020 uiterst relevante kamervragen over waarom COVID-19 in groep A van infectieziekten was ingedeeld, aangezien alle vrijheidsberovende maatregelen hierop gebaseerd zijn. Een antwoord van de minister is hierop niet gekomen. Inmiddels is al bekend dat corona minder dodelijk dan de griep is, maar de minister acteert daar uit eigen beweging nog steeds niet op.

Gaat de commissie VWS op woensdag eindelijk een streep in het zand trekken en het kleed onder het corona-kaartenhuis vandaan trekken?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Please reload

Even geduld...