Kindertekeningen en sprookje

Het sprookje van de boze koningin die geen kinderen had

Er was eens een koningin die al vele jaren haar land regeerde. Ze hield alle macht in haar eigen handen en kon eigenlijk al haar wensen vervullen. Slechts één ding was haar niet beschoren; het moedergeluk. Ze had dus geen kinderen. Daar werd ze op zekere dag zo verdrietig over dat ze zich voor haar ongeluk wilde wreken. Altijd wanneer ze kinderen zag lachen en spelen, werd ze heel boos en woedend van binnen. Het steeg in haar hoofd omhoog en ze wist dat ze machtig was, maar ze wist ook dat ze deze woede goed zou moeten verbergen.

Door de jaren heen nam haar woede toe, maar ook haar macht. Steeds opnieuw ging ze haar kelder in om zich te vergapen aan haar vele schatten van goud en edelstenen. Maar dit schijnbare geluk was altijd maar van zeer korte duur. De liefde, het leven de zonneschijn, dat alles wat een kind als geschenk mee op deze aarde brengt, om dit ongelooflijke geluk in het eigen hart te voelen, bleef haar onthouden. En noch haar macht noch haar schatten konden daar voor zorgen.

Daarom smeedde ze een duivels plan. Ze wilde het gevoel van wraak nog krachtiger in zichzelf voelen. Stilletjes zocht ze in het koninkrijk naar bondgenoten. En die vond ze. Niet alleen in haar eigen land, maar ook in andere verre koninkrijken in de wereld. Samen werkten ze stilletjes verder aan hun duivelse netten, maar ze konden er niets mee vangen wat haar nooit gekende geluk zou hebben kunnen bereiken. Uiteindelijk was ze zó boos dat ze de kinderen zelfs het lachen, spelen en omarmen verbood. Bij overtredingen dreigde ze met zware straffen.

Haar eigen masker had ze altijd goed opgezet en haar gespeelde zorg heel goed gecamoufleerd. Want niemand zou haar ware gezicht erachter moeten herkennen. Veel mensen volgden haar. Velen ook blind en uit angst. Deze droegen de wraak van de koningin zelfs op hun eigen kinderen over. Tot op zekere dag het moment kwam waarop dit duistere spel niet groter meer kon worden. De mensen in dit land waren ondertussen net zo verdrietig, boos en bang geworden als de koningin zelf en beschuldigden elkaar zelfs wederzijds. De kinderen waren eenzaam, leeg en vreugdeloos.

Omdat de koningin echter nog steeds niet tevreden was en nog steeds geen intens geluk kon voelen, dreef ze het op de spits en bedacht steeds nieuwe kwellingen voor de mensen. Maar ze was niet voorzichtig genoeg. Toen ze op een keer aan haar volk de nieuwe voorschriften wilde verkondigen, gleed haar masker van haar gezicht. Daarachter kwam een boos, gruwelijk monster tevoorschijn. Iedereen kon het duidelijk zien.

De mensen werden klaarwakker en ze sloten de koningin voorgoed in de gevangenis op. Vanaf dat moment konden de mensen weer in vrijheid leven. De kinderen mochten weer lachen, spelen, elkaar omarmen en kussen. De liefde en vreugde kwam terug naar de kinderen en volwassenen. Nu nog – 1000 jaar later – bevinden zich in alle dorpen en steden gedenkplaten voor deze vreselijke tijd. Het mag nooit meer voorkomen dat van de kinderen het lachen, de lucht en de waardigheid wordt afgepakt. Het mag nooit meer voorkomen dat volwassenen alles van zich laten afpakken wat het wonder van het mens zijn betekent.

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
(www.ejbron.wordpress.com)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Please reload

Even geduld...